In 2011 (CBS) werd door de rechter bij bijna één op de zes echtscheidingen partneralimentatie toegewezen. Dat is minder vaak dan tien jaar geleden. De bedragen zijn wel gestegen (gemiddeld € 650 per maand). De leeftijd waarop gescheiden wordt, is hoger  geworden en daarmee vaak ook het gezinsinkomen.

Bijna altijd is de man degene die alimentatie betaalt, in minder dan 1% is dat de vrouw.

Op initiatief van de VVD, PvdA en D66 is er op 19 juni jl. een wetsvoorstel ingediend, waarin een verandering van partneralimentatie wordt voorgesteld. Het uitgangspunt van het voorstel is dat hoogte van de partneralimentatie eerlijker, het vaststellen van de hoogte simpeler en de maximale duur korter wordt.

In de ogen van de initiatiefnemers doet dit recht aan de huidige tijdsgeest, waarin economische zelfstandigheid steeds meer vanzelfsprekend is geworden.

Van welstandsniveau naar draagkracht – partneralimentatie in 2015

Nu nog wordt er bij het  bepalen van partneralimentatie uitgegaan van het “welstandsniveau tijdens het huwelijk”. Beide partners moeten zoveel mogelijk op dezelfde voet kunnen doorleven.

In het wetsvoorstel wordt dit losgelaten en vervangen door het principe dat er compensatie moet zijn voor “ontstaan verlies van verdiencapaciteit tijdens het huwelijk”.

Wat wil dat zeggen? Als tijdens het huwelijk één van de partners het grootste deel van de zorgtaken op zich heeft genomen, dan zal hij of zijn niet of nauwelijks hebben gewerkt en daarmee een achterstand op de arbeidsmarkt hebben opgelopen. Na de scheiding heeft deze partner hoogstwaarschijnlijk tijd nodig om zich weer te kwalificeren voor betaald werk. Partneralimentatie kan helpen deze periode te overbruggen.

Minder vaak en minder lang alimentatie

Het huidige stelsel kent voor partneralimentatie een maximale duur van 12 jaar. Als een echtpaar korter dan 5 jaar getrouwd was en er zijn geen minderjarige kinderen geboren tijdens het huwelijk, dan is de duur van de verplichting gelijk aan de duur van het huwelijk.

Hierin komt verandering

In het voorstel is er geen recht op partneralimentatie als het huwelijk korter dan 3 jaar heeft geduurd èn er geen kinderen zijn onder de 12 jaar.

Als de echtelieden tussen de 3 en 15 jaar getrouwd zijn geweest, kan maximaal alimentatie worden verkregen voor de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar en in elk geval tot het jongste kind 12 jaar is.

Heeft het huwelijk langer dan 15 jaar geduurd en is degene die recht heeft op alimentatie hooguit 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd dan geldt ook de termijn van 5 jaar maar minimaal totdat de AOW-leeftijd is bereikt.

De alimentatieplicht eindigt altijd zodra de alimentatiebetaler de AOW-leeftijd heeft bereikt.

Vooraf afspraken maken over alimentatie

Ook nieuw is dat mensen vooraf, in de huwelijke voorwaarden of het geregistreerd partnerschap, kunnen afspreken hoe ze bij scheiding met alimentatie willen omgaan.

De toekomst speelt geen rol bij de bepaling van de alimentatie: als er nieuwe partners in beeld komen en daarmee mogelijk ook nieuwe stiefkinderen, heeft dit geen invloed op de alimentatie.

Minder naar de rechter, vaker samen aan tafel?

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel verwachten dat met deze nieuwe regelgeving een grotere rol voor mediators, notarissen en advocaten is weggelegd.

Als dat betekent dat het gezamenlijk overleg een grotere kans krijgt en er minder procedures bij de rechtbank worden gevoerd, is dat een mooi toekomstperspectief.

Onze mediators merken dat veel cliënten de huidige alimentatieregels niet meer vinden passen in deze tijd. Er lijkt veel draagvlak te zijn voor de nieuwe regels.  Dit is echter niet het eerste wetsvoorstel over de herziening van partneralimentatie. Tot nu toe heeft geen enkel voorstel  het gered. De tijd zal uitwijzen of dit wetsvoorstel wordt aangenomen.