Onlangs nam de Tweede Kamer een voorstel aan om de gemeenschap van goederen te beperken. Ga je binnenkort trouwen, dan heeft dat gevolgen voor hoe jouw bezittingen zijn verdeeld. Een beperking van de gemeenschap van goederen, daarover nam de Tweede Kamer onlangs een voorstel aan. Samengevat houdt deze initiatiefwet in dat alleen het opgebouwde vermogen en bezittingen uit het huwelijk zelf onder de gezamenlijke bezittingen vallen. Met andere woorden: erfenissen, voorhuwelijks vermogen en giften aan een persoon zijn in de ogen van de wet alleen van de man of vrouw.

Beperking huwelijkse voorwaarden: de voordelen

Zoiets heeft wel een aantal pluspunten. Denk bijvoorbeeld aan het verrekeningsbeding dat je hebt, als een van de partners een onderneming heeft. Maar ook als een man of vrouw met een schuld het huwelijk instapt, is de niet-schuldenaar niet de dupe. Het nieuwe wetsvoorstel reguleert namelijk de aanspraak van privé-schuldeisers op man of vrouw.

Huwelijkse voorwaarden anno 2016

Een hoop verandering dus. Het argument voor deze wijziging is dat eerdere wetten niet meer van deze tijd zijn. Bovendien stijgt het aantal scheidingen met de jaren, terwijl er steeds minder mensen trouwen.

Groot draagvlak voor nieuwe wet huwelijkse voorwaarden

De verandering is bedoeld om goed onderscheid te maken in de privé-eigendommen van man of vrouw. Voor dit idee is een groot draagvlak. Logisch, want in 74% van de scheidingen wilde het echtpaar de schulden niet delen. En zelfs 91% peinst er niet over om de erfenissen en giften op te delen bij het uit elkaar gaan.

Gevolgen nieuwe wet

Nou is het maar de vraag hoe scheidingen er straks uitzien, als de overheid de gemeenschap van goederen zo beperkt. Critici vrezen dat het alleen maar verwarring oplevert. Het is immers moeilijk te bewijzen wanneer een eigendom van de man of vrouw privé is. Toch denken de opstellers hier anders over. Zij menen dat digitalisering zorgt voor genoeg bewijslast. Hiermee doelen ze op jouw bankafschriften of de manier waarop jij je leven deelt op social media.